‘Kiezen voor de Ark was als een appèl’
Dit artikel verscheen in Kerk en Leven (Klapstoel) op 3 oktober 2001
Negen jaar al verblijft de Limburgse Paula Winters (38) in de moedergemeenschap van de wereldwijd vertakte arkgemeenschap. Op zestig kilometer van de Franse hoofdstad deelt ze het bestaan van mensen met een mentale handicap. Zeven jaar lang gaf ze godsdienstles aan het Leuvense Heilig Hartinstituut. Uitgerekend op de dag dat ze de begeerde ’vaste benoeming’ verkreeg, vertrok Paula Winters naar Trosly-Breuil. Het verhaal van een engagement voor het leven.
Ik kende de Ark al heel lang. Tenminste, ik wist dat de gemeenschap bestond. Tot ik, op zoek naar wat documentatie voor mijn lessen godsdienst, een lezing bijwoonde en ik voor het eerst echt kennismaakte met de Ark. Wat later ontmoette ik iemand die Trosly-Breuil, geboorteplaats van de Ark, kende. We spraken af dat ik een kijkje ging nemen.
Was het liefde op het eerste gezicht?
Vijf dagen, langer zou ik in Trosly niet blijven. Die week kwam ik er echter achter hoe sterk de ervaring op mij inwerkte. Diep in mij was het heel stil geworden. Ik was toen sterk geëngageerd in derde- en vierdewereldwerking. Mijn hyperactieve bestaan smeekte om verdieping en verinnerlijking. Die vond ik in deze gemeenschap van mentaal gehandicapten en hun assistenten.
Terugkeren kwam niet meteen bij me op. De laatste dag stapte een gaste naar me toe: wanneer ik terugkwam? De vraag raakte me heel diep, maar ik bleef het antwoord schuldig. Eenmaal thuis merkte ik dat de voorbije week me sterk getekend had en dat ik met deze ervaring iets moest doen. Volgde een periode van twijfel en overweging. Hoe kon ik mijn verlangen concreet invullen?
Ik besloot voor een jaar de arkgemeenschap van Trosly-Breuil op te zoeken. Van meer was helemaal geen sprake. Een jaar was al radicaal genoeg. Ik had trouwens net de brief ontvangen met het nieuws van mijn vast benoeming. Zowel vrienden als collega’s koesterden verwachtingen. Bovendien zou ik mijn huurappartement moeten ontruimen.
Hoe reageerden je naasten?
Dat ik me een jaar lang engageerde, oogstte bewondering. Zo’n stap zetten: dat vonden ze mooi en sterk. Het bleek meteen een spiegel voor de eigen levensstijl. Later deed ik er nog een jaartje Trosly-Breuil bij. En nog eentje. En opnieuw. Toen rezen wel meer vragen. Of ik besefte waaraan ik was begonnen? Wat met mijn toekomst? M’n pensioen? Heel realistische vragen. Vragen ook waarmee ik zelf zat. Wie me beter kende, had het echter allemaal zien aankomen.
Na mijn eerste bezoek aan de Ark had ik niet gedacht dat ik er tien jaar later nog zou toeven. Achteraf heb je wel het gevoel dat je altijd hebt geweten dat dit de weg was die je volgen moest. Maar zo’n weg leg je stap voor stap af. Ik ben geen impulsief type, ik wik en weeg. Intussen heb ik geleerd dat de juiste weg niet altijd die van het verstand is. Mijn beslissing heb ik heel sterk aangevoeld als een appèl.
Elk jaar maakte ik niettemin een periode van overweging door. Soms vroeg ik me af of mijn leerlingen op school me niet meer nodig hadden dan mijn gasten in de Ark. In zekere zin waren die leerlingen veel armer. Ze hadden veel meer nood aan een ervaring van verbondenheid. Maar zo’n beslissing neem je niet op basis van noden.
Om wat afstand te nemen van de arkgemeenschap in Trosly, trok ik een poos naar een arkgemeenschap in Haïti. De schrijnende armoede daar verdrong echter niet de typische arkspiritualiteit. Na vier jaar besloot ik eindelijk me voor langere tijd te engageren. De arkgemeenschap is geen religieuze gemeenschap. Ik legde dus niet de geloften van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid af. Een feest was er wel, natuurlijk.
Ik stel vast dat wie zich blijvend engageert, meestal ook daadwerkelijk blijft. Wat niet betekent dat permanenten altijd zullen vertoeven in de gemeenschap waar ze begonnen. Sommigen trekken naar arkgemeenschappen in de derde wereld of nemen in hun gemeenschap een andere functie op.
Ik heb mij nu niet voor de rest van mijn leven vastgezet. Toch stel ik me een leven in de Ark voor. Je hoeft niet celibatair te blijven, ook families engageren zich voor lange tijd in de Ark. Sommige assistenten ontmoeten er elkaar en huwen. Na een verplichte periode van afstand nemen, kiezen sommige stellen ervoor hun leven als gehuwden te combineren met een engagement in de Ark.
Is jouw engagement gelovig?
Het is heel zeker sociaal, maar allereerst gelovig. Ik leefde heel sterk met de vraag hoe ik het horizontale van het geloof (sociale inzet) kon combineren met het verticale (inkeer en contemplatie). Voor mij is dit de kern van de Ark, de kern trouwens van het hele christendom. Het kan geen toeval zijn dat de ontmoeting van een horizontale en een verticale as een kruis vormt, het teken bij uitstek van het christendom. Het kruis is het teken van lijden en opstanding en dat is in de Ark dagelijkse realiteit.
Toen ik naar de Ark vertrok, hadden sommigen wel een opmerking. Ze begrepen dat ik naar een arkgemeenschap wilde, maar toch niet naar het ’traditionele’ Trosly. In het samengaan van actie en contemplatie leerde ik echter dat de stempels progressief of conservatief niet echt belangrijk zijn. Waar het geloof bevrijdend werkt en mensen doet open bloeien, kunnen we dit spanningsveld overstijgen.
Is de Ark een buitenbeentje in het medisch-sociale veld?
Enerzijds is de Ark in Frankrijk een erkende instelling, met vastgestelde dagprijzen en gesubsidieerd door de overheid. Op dat vlak voldoen we aan de professionele normen en vereisten die de staat oplegt, bijvoorbeeld wat betreft veiligheid en verzorging. Anderzijds profileren we ons ook als christelijke gemeenschap. Daarbij beschouwen we onszelf niet enkel als hulpverlener, maar proberen we in zekere zin op voet van gelijkheid te leven met de gasten. Goed wetend dat dit uiteraard nooit helemaal kan.
In die zin is de arkgemeenschap dus wel een buitenbeentje, al proberen we (niet zonder succes overigens) een vaste stek te verwerven in het medisch-sociale veld. Zo denken we ook mee over de grote problemen in de verzorgingssector. De stijgende leeftijd van inwoners van instellingen bijvoorbeeld.
Hoe valt het samenleven met mentaal-gehandicapten mee?
In een gemeenschap leven met mentaal gehandicapte mensen is uiteraard niet makkelijk. Je stoot onafwendbaar op je eigen grenzen. Sommige zwaar mentaal gehandicapten spreken niet, zijn weinig mobiel. Door hun isolement is het moeilijk hen te leren kennen. Maar je leert. Aanvankelijk versta je niets van de geluiden die ze maken, maar na een poos leer je die begrijpen.
Net als in elke relatie, hangt het ook af van je verlangen iemand te leren kennen. Jojo bijvoorbeeld schreeuwt op wel vijfhonderd verschillende manieren. In het begin hoor je geen verschil, maar gaandeweg begrijp je wat ze wil zeggen. En er is ook meer dan de stem. Je leert het gezicht, de bewegingen, het hele lichaam lezen. De dagelijkse verzorging blijkt nog de beste leerschool.
Ik ontdekte ook dat hun agressie mijn agressie losmaakte. Ik heb leren inzien dat mijn geduld niet zo groot was als ik dacht. Op die manier leerde ik dat mensen weinig van elkaar verschillen. Ik ontdekte dat zowel agressie als het verlangen naar vriendschap eigen is aan de mens. De mentaal gehandicapte, ik, jij… Allemaal zijn we agressief, allemaal hunkeren we naar liefde. Ik leerde ook dat mensen met een mentale handicap een diepe indruk kunnen nalaten bij assistenten.
Toen Yvan twee jaar geleden overleed, regende het telefoons en faxen met rouwbetuigingen uit de hele wereld. Onvoorstelbaar wat deze man die niet kon spreken en lopen, voor anderen heeft betekend! Deze petit bonhomme heeft hen tot in de vezels geraakt. Dat is, denk ik, wezenlijk aan de Ark. Ontmoeten is geven én ontvangen. Ze volgen elkaar niet op, maar net zoals in een vriendschapsrelatie lopen beiden door elkaar.
De Ark heeft je leven veranderd?
Ongetwijfeld, maar voor mij is de Ark eigenlijk ondergeschikt. Het is mijn weg geworden, maar ik had mijn levensengagement ook op een andere manier kunnen invullen. Ik zocht een radicale vorm van christelijk leven. De manier om aan die keuze handen en voeten te geven bleek toevallig de Ark.
(Pascal Borry)






