» Getuigenissen » Jean Vanier in Tertio
 

 

Jean Vanier in Tertio

 

‘Medelijden is het hart van het evangelie’

Een gesprek dat Jean Vanier, stichter van de Arkgemeenschappen had met Peter Vande Vijvere (Tertio) in de kerstperiode van 2002 met als ondertitel: ‘Samenleven met gehandicapten leert dat verbondenheid het allerbelangrijkste is.’ Het werd gepubliceerd in Tertio, 18 december 2002

De geboorte van het kwetsbare kind Jezus kondigt de Vrede aan. ‘Dat is de boodschap van Kerstmis en ze is, in deze tijden van wereldwijde onveiligheid, actueler dan ooit,’ vindt Jean Vanier, de stichter van de Arkgemeenschappen. In Trosly, de bakermat van de gemeenschap, hadden we een uitvoerig gesprek met hem.

We zagen Jean Vanier voor het eerst live in 1998 tijdens de Pinksterbijeenkomst van de nieuwe bewegingen op het Sint-Pietersplein in Rome. Paus Johannes Paulus II nodigde toen de nieuwe spirituele bewegingen uit voor een ontmoeting met de hiërarchische kerk. De symbolische bijeenkomst – beeld van de ontmoeting tussen de missionaire Paulus en de kerkleider Petrus in de hedendaagse kerkgemeenschap – groeide uit tot een van de topmomenten van de voorbereiding op het jubeljaar 2000. Op een podium pal voor de Sint-Pietersbasiliek kwamen de stichters van de bewegingen – Chiara Lubich van de Focolarebeweging, Andrea Riccardi van de Sint-Egidiusgemeenschap, Luigi Giussani van Comunione e Liberazione, Kiko Arguello van de Neocatechumenale Weg en Jean Vanier van de Arkgemeenschappen – apart naar voren voor een korte getuigenis en een persoonlijke groet aan de paus. Toen al sprong Vaniers grote eenvoud in het oog: in zijn onafscheidelijke blauwe regenjekker en zonder spiekbriefje sprak hij, recht uit het hart, over het wonder van menselijkheid dat je in de relatie met de mentaal gehandicapte mens op het spoor komt.

Eind vorige maand hield Vanier de jaarlijkse Henri Nouwen-lezing in de Utrechtse Janskerk. Opnieuw die blauwe jekker, die ongedwongen spreekstijl – dit keer een uur lang en opnieuw zonder papier in de hand – en die eenvoudige, maar diepe gedachtegang. Als er zoiets als narratieve wijsbegeerte bestaat, dan is Jean Vanier zonder twijfel een van de meest vooraanstaande beoefenaars ervan. Verhalen van ontmoetingen, concrete voorvallen, actuele gebeurtenissen, bijbelverhalen en citaten van zijn lievelingsauteurs (Etty Hillesum!) larderen niet alleen, maar leiden zijn betoog. Denken en geloven zitten bij hem diep in het leven verankerd. Op die manier verkent hij spiraalsgewijs de grote existentiële thema’s: lijden, vrede en menselijk geluk. Een interview versieren lukte niet, daar in Utrecht, want de weinige tijd die hem is toegemeten, wil hij ten volle doorbrengen in de gemeenschap van Gouda, waar de Ark in Nederland haar stek heeft. Hij nodigt mij uit naar Trosly, het Franse dorpje, verscholen in de bossen bij Compiègne, waar alles begon.

Waren er in dat prille begin slechts twee mentaal gehandicapte mannen die met Jean Vanier hun intrek namen in een kleine rijwoning, dan telt de Arkgemeenschap van Trosly nu zowat 200 bewoners met een handicap. Ze wonen, verspreid over het dorp en in de omtrek, samen met hun assistenten in kleine leefgemeenschappen of foyers. Toch is de Ark, ondanks zijn exponentiële groei, de bescheidenheid van de begindagen trouw gebleven. Geen schreeuwerige richtingborden langs de weg of naamborden aan de huizen van de gemeenschap. Geen protserige nieuwbouw waarmee snel succes soms uitpakt. De Ark-clan heeft Trosly niet ingepalmd, wel zijn veel kinderen van de familie er blijven wonen.

De dag waarop we in Trosly worden ontvangen, is een ‘gemeenschapsdag’ – een gezamenlijke ontmoetings- en bezinningsdag voor alle Arkbewoners van de foyers in en om Trosly. Ik mag aan het gezamenlijke middagmaal aanzitten en krijg aan tafel van assistente Paula het voorrecht de Beaujolais Nouveau voor te proeven. Verscheidene gasten komen mij uitbundig groeten – veel blije gezichten, maar ook droefenis want enkele dagen geleden is Jacques, een van de oudere – en door velen erg geliefde – gasten overleden. Vanier, die al meer dan twintig jaar de dagelijkse leiding van de gemeenschap aan anderen heeft overgelaten, is er ook. Hij blijft de stille, maar krachtige inspirator op de achtergrond en de grote vriend van de gehandicapte mensen. Al jaren gaat veel van zijn tijd naar bezoeken aan de Arkgemeenschappen overal ter wereld. En naar het leiden van retraites en het geven van lezingen over de spiritualiteit van de Ark. Ankerpunt, vriendenkring en thuis blijft echter de gemeenschap van Trosly.

De nu 74-jarige stichter heeft al enige tijd zijn intrek genomen in een beluikachtig huisje naast een van de foyers: een piepklein keukentje, slaapkamer en bureau. Als ik met medewerkster Barbara het bureau binnenstap, zit Vanier in een grote stoel te lezen. Een oogopslag volstaat: hier leeft niet bepaald een orde-freak. Naast hem op tafel, op de grond, op en onder het bijzettafeltje liggen in verspreide slagorde boeken, tijdschriften, kranten en paperassen. Een elektrisch vuurtje houdt de winter buiten – al is ook hier de blauwe jekker van de partij. Een brede glimlach, een stevige handdruk en we steken van wal. ,,Neen, je hoeft je vragenlijstje niet eerst voor te lezen. Kome wat komt…’’.

De Ark leert ons dat mensen met een handicap ondanks hun beperkingen aan zogenaamd gezonde mensen veel te bieden hebben. Hoe moeten we dat begrijpen? ,,De verhouding tussen zwakken en sterken, tussen rijken en armen, is misschien wel het grootste probleem waar de mens mee worstelt. Het bepaalt de Noord-Zuidverhoudingen, het vormt de achtergrond van de beruchte terroristische aanslagen en van het Noord-Ierse conflict. Het is de inzet van de strijd tussen christenen en moslims in India, van de onvrede in Palestina en van het zogenaamde probleem van de islam. Terecht stellen we de vraag: nemen oorlog en onderdrukking hand over hand toe of zijn vrede en eenheid mogelijk? Bij dat alles lijkt mij de wezenlijke vraag: wat hebben de zwakken ons te bieden? En dat brengt ons bij een van de diepste ervaringen van ons menszijn: dat we allemaal geboren worden in zwakheid. En toch beweren ouders dat de geboorte van dat hulpeloze kind hen tot leven brengt en hen verandert. Moeders voelen zich ‘compleet’ en vaders ontdekken dat ze meer zijn dan gestresseerde workaholics. Kortom, door dat kwetsbare en hulpeloze wezen, komen mensen hun menselijkheid op het spoor. Dat kan ook op andere manieren. Zo ging een belangrijk zakenman vervroegd met pensioen om voor zijn vrouw te zorgen die aan Alzheimer leed. Jarenlang verzorgde en voedde hij haar. Hij getuigde dat het van hem een ander mens had gemaakt. Van iemand met autoriteit, gericht op efficiëntie en prestatie, was hij een man geworden die de goedheid had ontdekt. Wezenlijk gaat het hierom: dient macht om een orde in stand te houden waarbij de welgestelden het goed hebben en de minderbedeelden slecht? Of staat macht ten dienste van het medelijden? Medelijden is in elk geval het hart van het evangelie. Denk aan de parabel waarin een Samaritaan – duidelijk een welgesteld man – op de weg naar Jericho halt houdt en zich ontfermt over een jood – een vijand – die werd overvallen. Voor Jezus staat hij symbool voor de leerling.’’

Medelijden heeft voor velen iets neerbuigends. ,,Dat klopt niet wanneer je het begrijpt als een kwaliteit van luisteren. Met Moeder Teresa zou ik zelfs durven zeggen: een kwaliteit van aanraken. ‘Wanneer mensen naar Calcutta komen,’ vertelde ze, ‘en medemensen op straat zien sterven, voelen ze afkeer en walging. Daarna laten ze zich echter raken en voelen medelijden. Ze raken de stervende misschien aan en geleidelijk wordt een goedheid in hen wakker die voorheen verborgen was. Wanneer ze op dat pad van medelijden verdergaan, kan een wonder gebeuren. De mens die aan het sterven is, kijkt diegene die medelijden betoont aan en beiden ontdekken dat ze broeders zijn. Hoewel cultuur, sociale afkomst en vooroordelen hen scheiden, komen ze iets op het spoor dat sterker is: de aanwezigheid van God.’ Opdat dit mysterie van het medelijden zich kan openbaren, is er een persoonlijke ontmoeting nodig. Het allerbelangrijkste voor een arme, in de Ark of elders, is het besef dat iemand van hem houdt. En dat kan alleen in een persoonlijke ontmoeting. De grootste schat van de mensheid is relatie in de zin van verbondenheid. Het is vandaag belangrijker dan ooit dat besef levendig te houden. De joodse filosoof Martin Buber zegt: ‘Hoe meer een samenleving verovert en bezit, bezig is ‘dingen’ te kopen en te verkopen, des te meer riskeert ze te vergeten dat verbondenheid de ware schat van de mensheid is.’ Wie zich om een mens met een handicap – een zwakke – bekommert, ontdekt dat hij hem pas werkelijk helpt wanneer hij een relatie met hem uitbouwt waarin die persoon met een handicap kan ontdekken dat hij iemand is. Samenleven met gehandicapte mensen leert dat een relatie van verbondenheid het allerbelangrijkste is. En een echte relatie is nooit een kwestie van superioriteit en inferioriteit, maar veronderstelt een wederzijdse kwetsbaarheid. Dat is, denk ik, het geheim van de Ark.’’

Staat omwille van de verbondenheid de notie ‘gemeenschap’ in de Ark zo centraal? ,,Ja. Wanneer je geen liefde krijgt, kun je geen liefde geven. Indien je je als assistent opent voor een relatie van verbondenheid met iemand met een handicap, is het nodig dat je ook zelf relatie en verbondenheid ervaart. Daarom kan een foyer-verantwoordelijke de assistenten nooit louter functioneel en met het oog op efficiëntie benaderen. De assistent moet zich in een relatie engageren. En hij kan dat alleen wanneer hij bij de verantwoordelijke van de gemeenschap of bij de directeur zelf ook een luisterend oor vindt en bekommernis ervaart. Het werkt, kortom, als een waterval of als de rimpeling van golven: wanneer veel liefde in de gemeenschap omgaat, straalt dat af op de zorg van de assistent voor de persoon met een handicap.’’

Dat soort gemeenschapszin druist in tegen het heersende individualisme. Bouwt u aan een tegencultuur? ,,We weten dat individualisme tot competitie leidt, competitie tot rivaliteit en die weer tot onrechtvaardige manoeuvres. En zo ontstaan oorlog en haat. Wie niet meestapt in dat proces, bouwt aan een tegencultuur, ja. Ik vind het wel opmerkelijk dat gemeenschap dertig jaar geleden onvoorstelbaar trendy was, terwijl het vandaag veeleer verdacht is. De beweging van ’68 reageerde tegen een piramidale gezagsuitoefening en zocht naar ‘oorden van liefde’. Goedbedoeld, maar een beetje naïef en wellicht met te weinig besef van de moeilijkheden die het gemeenschapsleven met zich meebrengt. Ondertussen zitten we in een heel andere situatie en moeten groepen die op een gelukkige manier samenleven, zich wapenen tegen de verdenking een sekte te zijn. Volgens mij heeft een sekte vier kenmerken: verleiding, manipulatie, angst en uitoefening van autoriteit in de vorm van macht. Ook christelijke gemeenschappen kunnen daar, zeker in een beginfase, trekjes van vertonen. Maar je wordt een heilzame gemeenschap door contact met de brede kerkgemeenschap, door erop bedacht te zijn spanningen en angst in te dijken en door ruimte te maken voor de ervaring dat de waarheid haar eigen aantrekkingskracht heeft. En je moet tot elke prijs vermijden dat gehoorzaamheid belangrijker wordt dan het ontwaken van het eigen, vrije geweten.’’

Hoe onderscheid je rechtmatige autoriteit van machtsmisbruik? ,,Hét model van autoriteitsuitoefening is Jezus die de voeten van zijn leerlingen wast. Autoriteit is er alleen om mensen te laten groeien. In christelijke gemeenschappen loert echter altijd de verleiding om de hoek de gemeenschap belangrijker te achten dan de persoon. Ik bedoel dit: misschien komt er een dag dat de Ark ophoudt te bestaan. En ik zou dat niet eens erg vinden wanneer mensen met een handicap op dat ogenblik echt overal goed worden onthaald en de vrijheid krijgen die binnen hun mogelijkheden ligt. Want dan zou het doel van de Ark gerealiseerd zijn. En daar gaat het om. Het gaat om het Koninkrijk van God, een wereld waarin de liefde regeert, zoals Jezus ons heeft getoond.’’

Is het in een geseculariseerde cultuur niet moeilijk over te brengen dat het doel van de Ark het ‘Koninkrijk van God’ is, zeker bij jongeren? ,,Het is niet evident, inderdaad. Ik laat mij vertellen dat er kinderen en jongeren zijn die er niet het minste benul meer van hebben wat het betekent te geven. ‘Krijgen’, dat kennen ze. Zich verdedigen tegen onrechtvaardigheid of tegen aanvallen ook. Ze kunnen zelf ook aardig in de aanval gaan, maar zomaar gratuit iets geven – al is het maar een snoepje – hebben ze nooit geleerd. Dat is natuurlijk geen gunstige uitgangspositie om het christendom te leren kennen. Daar komt nog bij dat de media jongeren het beeld voorschotelen van de kerk als een autoritair en moreel rigide instituut, niet van een gemeenschap die vrij maakt. Tegelijk voelen velen zich, wanneer het op waarden aankomt, ontredderd. Dat alles zorgt ervoor dat er momenteel twee soorten bewegingen zijn met een zekere uitstraling, ook binnen de kerk. Allereerst die met wat ik zou noemen een ‘ideologische theologie’ die zekerheid en oriëntatie biedt. Wanneer je toetreedt, is het vrij duidelijk wat binnen en buiten is. Buiten woedt het gevaar van seksuele uitspattingen, drugs en echtscheiding. Voor mensen die alle structuur zijn verloren en in verwarring leven, kan dat heilzaam zijn. Vervolgens heb je bewegingen die het hart van jongeren raken. In de grond zijn jonge mensen in-goed en tolerant. Ze hebben een bijzondere gave om – wanneer je hen laat ontdekken wat het betekent te geven – aan anderen vreugde te schenken en leven te geven. Dat is misschien wel het grootste verlangen van een mens: leven geven. Er zijn bewegingen die dat bij jongeren weten te wekken.’’

En de Ark hoort daarbij... ,,Ik hoop tenminste dat er bij ons iets te beleven valt... Maar ach, beide soorten bewegingen zijn gerechtvaardigd en nodig. De ene spreekt het hoofd aan, de andere het hart. Een Ark-verantwoordelijke uit Latijns-Amerika vertelde mij trouwens dat jongeren die uit een gestructureerde beweging of groep komen, beter aarden dan andere. Aangezien het leven in de Ark toch een zekere discipline vergt – je moet er op een bepaald uur opstaan, gaan werken, eten... –, leent zich dat beter voor mensen die al een zekere structuur in hun leven hebben ingebouwd.’’

Arkgemeenschappen uit de hele wereld hebben veel contact met elkaar. Hecht u daar belang aan? ,,Ik vind het in elk geval belangrijk dat Europeanen ervaren dat zij niet de enigen in de wereld zijn. Er is een rijke diversiteit aan culturen waarvan sommige misschien zelfs dichter bij het evangelie staan. Bij bepaalde indianenvolkeren, maar bijvoorbeeld ook in India, heb je een rijke familiecultuur, een grote religieuze traditie en boeiende volksculturen. De Ark hecht veel belang aan die openheid op de wereld, want die is nodig wil je echt ontdekken wie de mens is. Op mondiaal vlak staan we onmiskenbaar voor een expansie van de Aziatische volkeren. Terwijl de geboortegraad in Europa erg laag ligt, hebben Aziatische landen vaak een grote en jonge bevolkingsgroep. De wereld kan echt niet langer om landen als China en India heen. Europa zal trouwens zijn bevolking alleen op peil kunnen houden dankzij immigratie. We hebben de armen dus hoe dan ook nodig.’’

Straks vieren we Kerstmis. Wat betekent dat voor de Ark en voor u persoonlijk? ,,Met Kerstmis vieren we de geboorte van de arme en de verworpene. Kerstmis is het feest van het kind dat geboren wordt als uitgeslotene, met aan de ene kant de Romeinse bezetter, aan de andere kant de massa waarin dat kind geen plek vindt. Tegelijk kondigt de geboorte van dit kind de vrede aan. ‘Vrede voor de mensen van goede wil’ of ‘voor de mensen die door God worden bemind’ – naargelang de interpretatie van de Griekse tekst van het evangelieverhaal. Datzelfde verhaal noemt dit kind ‘onze Redder’. Dat zegt iets over God: in dat kwetsbare kind wordt de God van het verbond de God van de menswording en dus van de verbondenheid. Alles wat Jezus in die intense laatste drie jaar van zijn leven heeft gezegd of gedaan, stond in het teken van die verbondenheid. En zelfs zijn dood krijgt daar geen greep op.’’

Is dat allemaal van betekenis voor misschien wel de belangrijkste uitdaging van onze tijd: de dreiging van een botsing van culturen? ,,Ik geloof het wel. Wanneer christenen bidden om vrede, wat bedoelen ze dan? ‘Laat ons met rust’? ‘We hopen dat er bij ons geen terroristische aanvallen komen’? Of is het een authentiek gebed ‘opdat wij vredebrengers mogen worden’? Daarin steekt volgens mij de kans van deze crisis: dat ze ieder van ons laat ontdekken dat we geroepen zijn om vredebrenger te worden. Maar dat heeft wel consequenties. Het veronderstelt – zoals bij de barmhartige Samaritaan – dat we bereid zijn de knusheid van de eigen groep te doorbreken en ons met anderen in te laten die een andere taal, andere gewoonten en een ander geloof hebben. Technieken van conflictbemiddeling volstaan niet. Elk vredeswerk heeft uiteindelijk te maken met het opruimen van vooroordelen en het cultiveren van de overtuiging dat de ander werkelijk waardevol is. Het treft mij dat veel nieuwe kerkelijke bewegingen momenteel intens met het vredesvraagstuk zijn begaan. Naar aanleiding van de interreligieuze gebedsbijeenkomst voor de vrede in Assisi, op 24 januari van dit jaar, bracht ook de paus een merkwaardig document uit met als titel Decaloog voor de vrede. ‘We engageren ons ertoe te ijveren voor een opvoeding waarin elke cultuur, elke ethie en elke religie wordt gewaardeerd,’ stond erin te lezen.’’

Is dat, op dit niveau in de kerk, geen nieuw geluid? ,,Leg dat naast bepaalde middeleeuwse kerkelijke teksten over de islam en je ziet meteen dat het hier om een heel ander visioen gaat. Ik heb het gevoel dat er in de kerk een totaal nieuwe visie op interreligieuze dialoog en interreligieus samenleven aan het groeien is. Met als ideaal dat iedereen stevig geworteld is in het eigen geloof en tegelijk openstaat voor het geloof van anderen. Natuurlijk zijn er altijd christenen geweest die fundamenteel respect opbrachten voor andere culturen, zoals de 16de-eeuwse jezuïet Matteo Ricci, die Chinees werd met de Chinezen. Maar als beweging is dat nieuw. In de kerk speelt altijd de vraag of je wel trouw blijft aan Christus, de unieke Redder van de wereld, wanneer je zover meegaat in het respect voor de geloofsovertuiging van anderen. Dat was ook de inzet van de debatten over godsdienstvrijheid tijdens het Tweede Vaticaans Concilie. Wezenlijk is dat natuurlijk het probleem van elke individuele christen: ‘Vind ik voldoende zekerheid en liefde van Jezus in mezelf zodat ik ook echt naar de onherleidbaar andere kan luisteren?’’’

 
 

 
 

Assistent, vrijwilliger worden.
Mijn missie, mijn vrienden, mijn vaardigheden.
Meer info...

Me engageren als donateur.
Mijn doelen, mijn steun, mijn huis.
Meer info...

 
Startpagina     |    Overzicht van de site     |    Redacteurs intranet     |    Inloggen
  Bijgewerkt op dinsdag 20 juli 2010