» Getuigenissen » Christine Bruggeman in Kerk en Leven
 

 

Christine Bruggeman in Kerk en Leven

 

Dit artikel verscheen op 4 april 2007 in de rubriek ’Klapstoel’ van Kerk en Leven

‘Ik werd door God geplukt’

Van kindsbeen af is Christine Bruggeman geboeid door het spirituele en door het contact met mensen, dat laatste zowel van persoon tot persoon als in groepsverband. Beide interesses lopen als een rode draad door haar leven en werk. Als coördinator van de Arkgemeenschap voor Vlaanderen en Nederland vond ze een weg om spiritualiteit en mensen dichter bij elkaar te brengen.

Aanvankelijk was Christine Bruggeman aan de slag als maatschappelijk werkster en gezinstherapeute bij Teledienst. „Hoewel mijn werk me best wel voldoening schonk, bleef er altijd die sterke spirituele honger. Om ruimte te geven aan dat zoeken, trok ik twee jaar lang naar Taizé. Terug thuis, besloot ik te doen wat ik al altijd had willen doen: theologie studeren. Ik wilde het evangelie verstaan. Ik wilde niet horen van een ander hoe het te interpreteren, ik wilde het zelf bestuderen.”

– Waarop u het roer omgooide?

Via via kreeg ik lucht van een vacature bij de vormingsdienst van het vicariaat Vlaams-Brabant. Ik geloof niet in toeval. Ik ben ervan overtuigd dat God me daar wilde. Van Brugge verhuisde ik naar Mechelen, waar ik twaalf jaar lang vorming zou geven aan parochieploegen, priesters, diakens en pastorale werksters. Ons team werkte ook een volwassenencatechese uit. Een prachtige baan, want een combinatie van de twee dingen die me al van kindsbeen dreven.

– Ondertussen leerde u de Arkgemeenschap kennen?

De spiritualiteit van de Ark van Jean Vanier boeide me mateloos. Ze beoogt de integratie van mensen met een handicap door als vrienden in gemeenschap samen te leven en te werken. Ik engageerde me als vrijwilliger. Tijdens een bezoek aan een bevriende kleine zuster bij de Toearegs in Niger had ik een diepe ervaring die mijn verdere leven zou bepalen. „Sta ik zelf wel voldoende dicht bij het evangelie?”, vroeg ik me af. „Beleef ik het wel echt in mijn dagelijkse leven, of praat ik er vooral over?” Dat bewerkte een grote openheid in mijn gebed. „Als ik een ander spoor moet volgen,” zo bad ik tot God, „laat U het mij dan maar weten.” Enkele weken later kwam vanuit de Ark de vraag coördinator te worden voor Nederland en Vlaanderen. Ik voelde gewoon dat dit met mijn gebed te maken had. Ik werd geplukt. Zo omschrijf ik de ervaring dat God mijn hart openmaakt en concrete wegen aanreikt om aan die openheid vorm te geven. Niet één keer, maar onafgebroken, zodat mijn hart zich steeds verder opent. Ik heb mijn weg gevonden. Hier gaan telkens nieuwe horizonten open op menselijk en spiritueel vlak.

– Vandaag begeleidt u Arkgemeenschappen in Antwerpen, in Brugge en in het Nederlandse Gouda.

Het boeiende aan de Ark is dat professionaliteit en spiritualiteit hand in hand gaan. Opnieuw draven hier mijn twee stokpaardjes samen. Ik geef begeleiding, vorming en bezinning aan de verantwoordelijken van de Arkhuizen, aan de werkplaatsen en aan onze mensen met een handicap. Bijgevolg heb ik veel voeling met wat in de gemeenschappen leeft. Alles draait erom vriend te worden van de mensen met een handicap. Als vrijwilliger doe je niet enkel iets voor een ander. Waar het echt op aan komt, is te durven ontvangen. Die wederkerigheid is ontzettend belangrijk in de Arkgemeenschappen. Al wie bij mensen met een handicap staat, weet dat zij ons nodig hebben, maar beseft tegelijk dat zij, hoe mentaal en fysiek gebroken ze soms ook zijn, iets betekenen voor ons. Dat is vandaag niet vanzelfsprekend in een samenleving waar alles is gericht op prestatie en competitie.

- In de Ark kon u ook uw spirituele horizonten verruimen?

Hoewel we thuis beslist geen pilaarbijters waren, wilde ik als kind zowat dagelijks naar de eucharistie. Daar voelde ik me goed. Anderzijds zocht en zoek ik nog steeds mijn horizonten te verruimen. Eerst in Taizé en vervolgens in de Ark, een heuse interreligieuze gemeenschap, ging een brede wereld voor me open. Als je samenleeft met zoveel verschillende mensen – katholiek, protestant, hindoe, moslim – is de vraag cruciaal hoe je toch nog een heuse gemeenschap kunt vormen waarin ieder zijn eigen geloof of visie kan verdiepen. Voor iedereen is het een zoeken. Het is een heel boeiende uitdaging om de bronnen van de ander te ontdekken en vervolgens ermee op weg te gaan. Wat is hun spiritualiteit? Wat drijft hen? Gaandeweg wordt mijn weg almaar breder, reiken mijn wortels almaar dieper. Hoewel ik voortdurend vorming geef, maak ik bewust tijd vrij om mijn eigen spiritualiteit te verdiepen. Als coördinator krijg ik vorming vanuit de internationale federatie. Daarnaast trek ik geregeld een dag uit voor mezelf, om stil te vallen. Je moet je eigen plantje zelf water geven, anders verdort het.

– Het evangelie is voor u een belangrijke voedingsbron?

De Schrift reikt me woorden aan die me de ogen helpen openen voor wat ik dagelijks beleef. Zo wordt het evangelie zelf levend Woord. In deze paastijd krijgt Jesaja’s tekst (53, 5) „Dankzij zijn striemen is er genezing voor ons” wel heel bijzondere betekenis. Dat beleven wij elke dag in onze gemeenschappen. Het lijden van mensen met een handicap is reëel. Zij lijden fysiek, maar worden ook vaak gemeden en soms zelfs beschimpt. En alsof dat niet volstaat, moeten ze leren leven met het besef dat ze een aantal dingen nooit (meer) kunnen, zoals autorijden of een gezin stichten. Dit besef gaat gepaard met een proces van rouwen en aanvaarden. Dat veronderstelt een context van aanvaarding, een omgeving die hun schoonheid ziet. Die schoonheid is te vinden in hun relaties met anderen. Eigenlijk roepen mensen met een handicap voortdurend op tot gemeenschap. Laat dat nu net zijn wat onze samenleving vandaag het meest nodig heeft. Met meer gemeenschap zouden velen zich een stuk gelukkiger voelen. Mensen met een handicap hebben het onvoorstelbare vermogen ons hart te openen en juist daardoor genezen zij. Hun doorleven van het lijden, slechts mogelijk doordat wij met hen gemeenschap vormen, betekent voor ons genezing. Dat zie ik dagelijks opnieuw gebeuren rondom mij, bij onze assistenten, bij onze jonge vrijwilligers her en der in Europa.

– Maar onze samenleving ontvlucht net het lijden?

De dialoog met mensen met een handicap, het leven in gemeenschap, is nooit af. Het vraagt volgehouden inspanningen, dag in dag uit. Ik wil daar niet romantisch over doen. Toch is het best wel bijzonder dat we erin slagen uitgerekend met de meest kwetsbare mensen uit de samenleving gemeenschap te vormen. Ziehier onze boodschap aan deze samenleving: wees meer gericht op het kwetsbare, je zult menselijker en minder hard worden. Kwetsbare mensen zouden wel eens de profeten van vandaag kunnen zijn. Onze samenleving maakt ze een kopje kleiner, omdat ze niet bereid is een stuk van haar eigen zekerheid en comfort op te offeren. Met Henri Nouwen pleit ik voor ‘vrijwillige thuisloosheid’. Het is een prachtige term om aan te geven dat we meer bereid moeten zijn dingen achter te laten, juist om de kwetsbaren in onze samenleving te ontmoeten.

(Ilse Van Halst)

 

Dit is de originele pagina zoals ze in Kerk en Leven is verschenen.
Fichier PDF - 76.5 kB
 
 

 
 

Assistent, vrijwilliger worden.
Mijn missie, mijn vrienden, mijn vaardigheden.
Meer info...

Me engageren als donateur.
Mijn doelen, mijn steun, mijn huis.
Meer info...

 
Startpagina     |    Overzicht van de site     |    Redacteurs intranet     |    Inloggen
  Bijgewerkt op maandag 1 maart 2010