‘Mens onder de mensen, meer noch minder’
Dit interview verscheen in Tertio van 29 mei 2002 en werd geschreven door Benoit Lannoo. Hij interviewt Barbara die op dat moment in De Barke woont… Na haar studies theologie trok Barbara Focquaert (24) voor een jaar naar Moerkerke bij Damme, om er in een Arkgemeenschap – De Barke – samen te wonen met zes mentaal gehandicapten. En er samen elke avond God te danken, want ‘vandaag was het een mooie dag’.
“Toen ik in De Barke aankwam, werd ik er onmiddellijk in het leven geworpen, zoals het daar loopt. Een directe confrontatie met de bewoners, zonder de minste voorbereiding. Opvoeders of zo hebben er soms bedenkingen bij dat je niet op basis van deskundigheid bij een Arkgemeenschap terechtkomt. Want in klassieke instellingen word je geacht op voorhand dossiers door te nemen. In de Ark kiezen we er uitdrukkelijk voor dat niet te doen. We leven niet samen met dossiers, maar met mensen – dag in dag uit. Zo leer je je medebewoners pas echt kennen.
De Barke in Moerkerke is een kleine ‘foyer’. Ik woon er samen met drie mannen en drie vrouwen met een licht mentale handicap. Overdag werken ze in ’t Hoevetje, ons atelier waar we dieren kweken en groenten en fruit. Ze hebben ook een halve dag per week werk buitenshuis: helpen op het containerpark, poetsen in de sporthal, brieven vouwen en postzegels plakken in het gemeentehuis. Al zijn mijn medebewoners mondig en lijken ze erg zelfstandig – er moet niet fysiek voor hen gezorgd worden, op een keer wat kleren samenrapen of hulp bij het haren wassen na – toch vragen ze fulltime begeleiding. Lange tijd was ik hier de enige assistente. maar gelukkig hebben twee Duitse meisjes mij onlangs vervoegd. Naast een wekelijkse rustdag, hebben we maandelijks een weekend vrij. Maar omdat ik aan de Leuvense universiteit een voortgezette opleiding pastoraal-theologie volg, krijg ik een dag meer vrij.
Zoiets wordt hier aangemoedigd, want de Arkgemeenschap vermijdt dat vrijwilligers zich opgesloten of overbelast voelen. Een tijdje geleden zag ik het na een week ziekte niet zitten om onmiddellijk naar Moerkerke terug te keren. ‘Blijf dan nog maar een weekje thuis,’ klonk het, hoewel het geen makkelijke klus is om onverwacht vrienden of vriendinnen van de foyer op te trommelen om een paar nachten in te slapen.
Je geeft hier inderdaad wat je kan. Maar je krijgt ook zoveel terug. Ik besef wel dat ik na dit jaar weer iets anders moet doen, maar voorlopig kan ik me nauwelijks inbeelden dat ik niet meer in deze gemeenschap woon. Onze gasten zijn mijn vrienden geworden. Vooral hun eenvoud heeft me aangegrepen. Opstaan, gaan werken, thuiskomen, koken, slapengaan. We leven hier een bijzonder eenvoudig leven. Bovendien maken deze mensen zich over niet veel zorgen – genre: Wat ga ik eten? Hoe kom ik de maand rond? – want er wordt voor hen gezorgd. Hoe dikwijls hoor je in onze samenleving niet zeggen dat je de dingen op eigen kracht moet doen, zonder te steunen op een ander. Hier niet. Als hier iemand niet meer kan volgen, luidt het antwoord: ‘Maak je geen zorgen, het komt allemaal in orde.’ Wat ik nog het meeste bewonder, is dat deze mensen zich daaraan durven overgeven. Ik heb daar ontzag voor gekregen. Leren omgaan met je eigen falen, met je eigen beperkingen. Ik dacht bijvoorbeeld dat een Arkgemeenschap mij meer geduld zou bijbrengen. Intussen weet ik wel beter, ik heb nog altijd weinig geduld, maar mijn medebewoners aanvaarden mij zoals ik ben. Je hoeft hier niet het masker ‘altijd lief’ op te zetten. Je moet gewoon zijn wie je bent. En al is het persoonlijke levensverhaal niet van iedereen even prettig, toch is dit een vrolijk huis. Mijn verjaardagsfeestje, vorige zaterdag, dat was pas echt feest.
Ik heb niet het gevoel dat ik alleen heb beslist om naar De Barke te trekken. Niet ik kwam op het idee, het idee kwam mij op het spoor en ik had er als het ware maar in mee te stappen. Dat ging zo. Tijdens mijn laatste jaar theologie in Leuven vroeg ik mij natuurlijk af wat ik naderhand zou doen: verder studeren, op zoek naar een job of aan de unief proberen te blijven? Nu nam ik deel aan een gebedsweek – ‘Bidden met de Schrift’ – en we hadden het over het eerste boek Samuel. ‘Ga maar weer slapen,’ zegt priester Eli in het bijbelverhaal wanneer Samuel denkt dat hij geroepen wordt. Met andere woorden: ‘Doe gewoon verder waarmee je bezig bent’. Dat was wat ook ik vaak te horen kreeg. ‘Theologie studeren en zo, je doet dat goed. Doe maar verder waarmee je bezig bent.’ Toevallig had ik diezelfde ochtend even een foldertje over de Arkgemeenschap in Moerkerke ter hand gekregen. Ik herinner mij precies hoe de puzzelstukjes toen plots in elkaar vielen. Eensklaps wist ik het: ‘Ik ga naar de Ark.’ En ik begon informatie over de Arkgemeenschappen bij elkaar te zoeken met een ijver waarvan ik zelf verbaasd stond.
Dat het uiteindelijk De Barke in Moerkerke is geworden, heeft niet alleen met dat eerste foldertje te maken. Ik wou niet meteen heel ver weg, terwijl de Arkgemeenschap in het Antwerpse, waar ik woonde, mij dan weer te dichtbij lag. Maar ik voelde mij vooral aangesproken door de gebedsmomenten die hier in De Barke zo sterk in de structuur van het leven zijn ingelast. Ik weet van mezelf dat ik dat nodig heb, een regelmatig gebedsleven met de gemeenschap waarin ik leef. Dagelijks een ochtendgebed, een kwartiertje maar: we zingen samen een lied, vertellen wat bij een tekening over het leven van Jezus uit een erg toegankelijk boek van Arkstichter Jean Vanier, bidden voorbeden en het onzevader en luisteren naar de lezingen van de dag. Dat laatste is erg zinvol, want zo blijven we in contact met de ruimere kerkgemeenschap. Elke avond is er ook een dagsluiting. Dan overlopen we de dag en bidden we voor onze vrienden. En wat we ook gedaan mogen hebben – ‘We hebben de koten gekuist en confituur gemaakt’ – de conclusie is steevast dat het ‘vandaag een mooie dag was’. Gewoon samen ervaren dat we graag gezien worden, niet alleen door elkaar, ook door God. In Leuven mag ik dan een onschatbare bagage aan theoretische theologische inzichten meegekregen hebben – zoals: dat je ook als zwakke mens graag gezien wordt -, hier ondervind ik dat dagdagelijks aan den lijve.
Mijn omgeving – familie en vrienden en zo – is inmiddels bijgedraaid en eenieder vindt het sterk dat ik in een Arkgemeenschap woon. Maar aanvankelijk waren de reacties terughoudender. Een jaar vrijwilligerswerk doen, is dat niet je toekomst vergooien? Mijn standvastigheid deed mij evenwel aanvoelen hoe diep mijn keuze geworteld was. ‘Je kunt allemaal op je kop staan, eender wat,’, dacht ik, ‘ik ga naar de Ark.’ Ik had mij een roeping voorgesteld als iets waar je je persoonlijk sterk tegen verzet, iets waarmee je worstelt – denk maar aan de profeet Jona. Niets daarvan, mijn keuze was overduidelijk geworden, voor een stuk buiten mij om. Het is dus niet zozeer ik die voor de Ark, maar de Ark die voor mij heeft gekozen. Of beter nog: God heeft voor mij gekozen. Want of het nu een Arkgemeenschap was geworden of iets anders, ook dat maakt eigenlijk niet veel uit. Mijn uiteindelijke keuze bestaat erin mens onder de mensen te willen zijn, meer noch minder. De weg te willen gaan die Jezus is gegaan. Er daadwerkelijk zijn voor medemensen. Wat ik hierna ook moge aanvangen, het is de bedoeling daaraan de rest van mijn leven te wijden. Maar ik blijf in ieder geval ook met deze gemeenschap verbonden. Als ik nu een dag wegblijf, vragen mijn vrienden mij al steevast: ‘Wanneer kom je terug?’”






