‘Wat is de wereld klein’ Artikel in JONA, Blad van de Leuvense studentenparochie (dec. 2001). Geschreven door Barbara Focquaert die een jaar meeleefde in De Barke.
Het leven in een Arkgemeenschap, samen met mensen met een mentale handicap, is een aaneenschakeling van kleine gebeurtenissen. Dat is de rode draad doorheen de drie maanden die ik met de zes bewoners van de Arkgemeenschap van Moerkerke heb doorgebracht. Het is een kleine wereld, de belevingswereld van onze mensen. En toch openen ze een grote wereld. Vandaar zul je hieronder kleine verhalen lezen die ik bijeen heb gesprokkeld, momentopnames uit het leven in ons huis, de Barke.
Peggy was bang. Ze zou binnenkort een operatie aan haar hand meemaken. Die was door een gestoorde hersenfunctie dubbelgevouwen en kon niet open. Ze kon die hand ook niet bewegen. Dat laatste kon niet verholpen worden, maar de dokters konden wel de hand openen en wat rechter zetten, om beter te kunnen verzorgen en mooier te maken. Een kleine operatie, maar een grote gebeurtenis voor Peggy. ’s Morgens tijdens het gebedsmoment was het de lezing van de man met de verschrompelde hand. Ik vroeg me af wat Peggy ervan dacht. Allemaal mooi en wel, Jezus steekt zijn hand uit en die verschrompelde hand geneest zomaar. Bij haar zou het niet waar zijn… Bij het Onze Vader geven we altijd handen. Vanuit mijn ooghoek zag ik Peggy haar kleine, gebogen hand in de grove werkmanshand van Luc leggen. Hij hield haar hand voorzichtig vast. Waarschijnlijk stonden ze er zelf niet bij stil, het was iets van elke morgen. Maar daar lag de kern van de tekst die we net gehoord hadden. Wij zien Peggy’s hand al niet meer, we zien gewoon Peggy. Dat is op zich al een genezing, want de verschrompelde hand is ’verdwenen’.
De bewoners van de Barke werken overdag in het kleine boerderijtje dat aan onze woning grenst. Ze dragen elk de verantwoordelijkheid voor de dieren - konijnen, kippen, geiten, poezen, het varken -, werken in de tuin, maken confituur of brood. Het werk geeft hun een waardigheid die ze verdienen.
Terwijl we naar het avondnieuws kijken en ik alle moeite doe om me te concentreren op het wereldnieuws over Afghanistan, komt Chantal me een foto onder de neus duwen waar ze haar geitje de papfles geeft. De grote wereld doet er niet toe, het is haar kleine wereld die ze trots komt laten zien.
Onze mensen hebben hun eigen levensverhaal, dat niet altijd mooi en gelukkig is. Soms krimpt je maag ineen bij een woedeaanval van iemand die met zijn handicap, onmacht en verlatenheid geen raad weet. Of wanneer iemand anders je onverwacht, zomaar naast je in de zetel, een beetje vertelt over vroeger, over mama die gestorven is. Achter al die kleine momenten zit vaak een groot lijden.
Iedereen die bij ons woont, heeft zijn of haar verhaal, dat hem of haar naar ons huis heeft gebracht. Elke nieuweling van het huis, elke bezoeker, elke passant, krijgt gegarandeerd het levensboek van één van de bewoners op de schoot geduwd. Daar is hun geschiedenis in samengevat en leer je over hun leven. Ze zijn heel trots op dat boek, met foto’s van verjaardagen, van hun ouders, van feesten en uitstapjes, van vrienden,… Samen in dat levensboek kijken zegt meer dan woorden, die ze vaak toch niet vinden. Niet voor niets is één van de zinnetjes die de Ark typeren: "Toute personne est une histoire sacrée"
Eén van de moeilijkste dingen van het samenwonen met mensen met een mentale handicap, is aanvaarden dat zij iets doen voor jou. Ze trakteren je bijvoorbeeld heel graag als er op café gegaan wordt. Ze zijn heel trots dat ze iets kunnen doen voor je, want onze samenleving maakt van hen vaak afhankelijke mensen, die alles moeten ontvangen. En de kring is rond, want dan moet je ze helpen om het geld te tellen dat ze aan de ober geven.
Hoe breek je brood met één hand? Peggy staat telkens weer voor die moeilijkheid als ze in de viering samen met de priester het brood mag breken. Soms doet ze het alleen, wat een beetje onhandig gaat. Soms wordt ze geholpen door iemand anders, die dan voor de andere hand zorgt. Dat is pas echt: samen delen.
Niet altijd zijn onze mensen aan te zetten tot werken. Onlangs kwamen we thuis van een uitstap en de tafel moest gedekt worden. Na de opmerking: "Heeft er dan niemand honger? Ook goed hoor, als de tafel niet gedekt geraakt, eten we maar niet." Luc heeft zich toen kandidaat gesteld en… één bord op tafel gezet. Hij had immers honger.
We deden op Allerheiligen een uitstap. Na een wandeling op een prachtig kasteeldomein wilden we iets drinken en even naar het toilet gaan in het café van het domein. Een dienster kwam echter zeggen: "Er zijn nog maar drie plaatsen, we zitten vol." Op de vraag of we dan naar toilet mochten, werd vaag geantwoord dat er in het bos openbare Wc’s waren. We gingen weg, maar vermoedden dat het ons eerder verging zoals in dat oude verhaal: er was voor hen geen plaats in de herberg. We eindigden in een klein dorpscafé waar ik zelf nooit zou zijn binnengestapt. Het was er oud, donker en de rook was te snijden. Een paar mensen zaten al aan de pintjes en de porto, en deden hun kleine verhaal. Er was geen ice tea en geen chocomelk. "’t Is hier maar een gewoon café, hoor!" Maar we mochten er binnen. Toen één van onze mensen naar toilet wilde, legde de waard aan haar uit waar ze het licht kon vinden, en niet aan een van de begeleiders. Annie wenste bij het binnenkomen aan iedereen luid "ne zalige hoogdag" en Frank gaf iedereen die er zat bij het buitengaan een hand. Een klein café, met bier en porto, oude kaders, dialect, kleine mensen, vermoeidheid en wallen onder de ogen. En daar zaten we tussen. Het was zalig.
Samenwonen met mensen met een mentale handicap is veeleisend en zeker niet altijd romantisch. We kampen daarbij ook met een groot tekort aan inwonende mensen. Je botst op je grenzen en op die van de mensen waarmee je leeft. Elkaar en jezelf aanvaarden wordt een dagelijkse, soms vermoeiende oefening. In de sleur van het huishouden vergeet je soms de kleine verrijzenismomenten van een knuffel, een samenzweerderblik, een ontroerend woord. Gelukkig zijn er de avondlijke gebedsmomenten. Dan wordt de dag overlopen en binnen we voor onze vrienden. De conclusie is steeds: "Het was een goede dag." Het mag een doodgewone dag zijn geweest, maar we zijn er dankbaar voor: "We hebben de koten gekuist en confituur gemaakt." "Ik heb de was opgehangen en Sabine en Annie hebben lekker gekookt."
Ik was eens aan het koken met een van de bewoners van de Barke, en hoorde gelach vanuit de living. De anderen lagen slap van het lachen, maar niemand kon uitleggen waarom. Ik vermoed dat er ook geen reden was, ze lachten gewoon samen.
Een kleine wereld in de grote… Ook al leven we in een kleine gemeenschap, we houden de grenzen van ons boerendorp open door bijvoorbeeld solidariteit te betonen met de Ark in Afrika bij de wekelijkse sobere maaltijd. We krijgen ook heel veel bezoekers over de vloer. Niet zelden gebeurt het dat je een gemeenschappelijke kennis blijkt te hebben, of iemand terugziet die je al lang niet meer gezien hebt. Dan is het letterlijk: Wat is de wereld klein! Maar de belevingswereld van onze mensen is ook heel klein en soms zitten ze erin gevangen. Aan de andere kant is de eenvoud van hun leven voor ons relativerend en opent het onze ogen voor de essentie.
Vaak is het ook vertederend. Zoals die keer dat er een cassett’je op tafel lag en Annie het tegen haar oor hield: "Wat staat erop?"






