» Getuigenissen » Artikel over Trosly in Kerk en Leven
 

 

Artikel over Trosly in Kerk en Leven

 

‘TUSSEN HUIS EN ATELIER’

In Trosly-Breuil stak de Ark van wal

In oktober 2001 verscheen dit artikel in Kerk en Leven, geschreven door Pascal Borry. Hij bezocht de eerste Arkgemeenschap in Trosly en sprak er met enkele mensen.

Chantal, een vrouw met een matige mentale handicap, stapt op de zwaar mentaal gehandicapte Lucien toe. "J’aime", zegt ze met een brede glimlach. Van wie ze houdt, wil ik weten. "J’aime tout le monde. Ik houd van iedereen", klinkt het. En Lucien krijgt een stevige knuffel. Laatstgenoemde kan zich nauwelijks uitdrukken. Enkel het hoofd en de ogen kan hij bewegen.

Dit tafereel tekende ik op in de arkgemeenschap van Trosly-Breuil in de buurt van Parijs. In negen foyers (woonhuizen) delen een zeventigtal mensen met een mentale handicap er het leven met een zestigtal vrijwilligers. In ruil voor wat zakgeld geven deze assistenten (sommigen voor een aantal weken of maanden, anderen een heel leven) het beste van zichzelf om mentaal gehandicapten menselijke waardigheid te helpen schenken.

We krijgen een rondleiding in het dorp en van de Libanese Feyroux tezelfdertijd een blik op de geschiedenis van de Ark. "In 1964 strandde hier Jean Vanier. Aangemoedigd door de dominicaan Thomas Philippe, had de destijds 36-jarige Canadese professor moraalfilosofie zijn lesopdracht opgegeven om in dit boerengat nabij Compiègne een kleine gemeenschap op te richten.”

Raphaël en Philippe

"Jean Vanier", vervolgt Feyrouz, "was danig getroffen door de ellendige omstandigheden in de psychiatrische instelling die hier toen was gevestigd. Tachtig mensen hokten samen in twee slaapzalen. Buiten de dagelijkse wandeling, had het gesloten centrum weinig activiteiten te bieden. Daarop besloot Jean Vanier Raphaël en Philippe, twee mannen met een mentale handicap, in zijn huis op te nemen. De Ark was van wal gestoken."

De naam verwijst natuurlijk naar de ark van Noah. De gemeenschap wil mensen met een mentale handicap, die in een competitieve samenleving al vlug kopje onder dreigen te gaan, aan boord nemen. “De formule sloeg aan”, weet Feyrouz. “Vijf jaar later stichtten zogeheten assistenten uit de moedergemeenschap van Trosly, nieuwe gemeenschappen elders in Frankrijk, in Canada en in India. Momenteel telt de Ark wereldwijd een 120-tal gemeenschappen.”

De zeventiger Simonne Landrier beheert de plaatselijke bibliotheek. Het kamertje herbergt een schat aan artikels en boeken over de Ark, over haar zorgverlening en spiritualiteit. Tot mijn verwondering twee stapels Nederlandstalige boeken in de bibliotheek. Onder andere vertalingen van werk van arkstichter Jean Vanier en boeken van Henri Nouwen, vermaard auteur over spiritualiteit.

“Nederlandstalige assistenten zijn er echter niet veel”, vertelt Simonne die straks in november dertig jaar verbonden is met de Ark. “Bovendien lezen assistenten niet veel. Het leven in de foyer is zo intens, dat weinig tijd overblijft om te lezen.”

Ghetto doorbreken

Simonne herinnert zich dat de uitbreiding van de Ark in Trosly-Breuil op verzet stootte van de inwoners. “De gesloten instelling had plaats geruimd voor open huizen. Op korte termijn had de Ark een aantal panden opgekocht en gerenoveerd.”

“De bewoners waren assistenten, vooral uit Canada, maar ook uit andere landen. Deze ’achtenzestigers’ die meestal niet zo best Frans spraken, boezemden de dorpelingen angst in. Er werd zelfs een petitie tegen de Ark op de prefectuur afgegeven.” De grote vraag naar opvang van mensen met een mentale handicap had in het kleine Trosly algauw tot een onevenwicht in de bevolking geleid. “Toen begreep ik”, aldus Jean Vanier in zijn boek over de geschiedenis van de Ark, “dat dit de integratie verhinderde. Het gevaar bestond dat een nieuwe instelling of ghetto voor mensen met een handicap ontstond.”

“De sterke groei in het dorp had ook wel voordelen. Het leidde tot het ontstaan van een ’moederhuis’ waar mensen terecht konden met vragen over de Ark. Bovendien werden er een heel aantal assistenten gevormd, die vervolgens vertrokken zijn naar gemeenschappen in Frankrijk en de rest van de wereld. Als de Ark in Trosly klein en profetisch was gebleven, hadden we nooit zo internationaal kunnen groeien.”

Vandaag telt de gemeenschap in Trosly-Breuil een tweehonderdtal mensen, een vijfde van de bevolking van het dorp. Naast mensen met een handicap en hun assistenten in de woonhuizen, bestaat de gemeenschap uit families en assistenten die verantwoordelijkheid dragen in de gemeenschap of die, buiten de Ark werkend, verbonden zijn aan één huis. In de ateliers van de Ark zijn bovendien een vijftigtal externen aan de slag.

Dat de Ark hoofdzakelijk teert op vrijwillige inzet, verandert niets aan de professionele opvang van de mensen met een mentale handicap. In de gemeenschap staat een heus team deskundigen paraat: psychologen, verpleegsters, boekhouders, sanitaire helpsters. Niettemin wil de Ark meer zijn dan een klassieke instelling. In de geest van de gemeenschap is iedere mens geroepen om méér mens te worden. Vanuit het perspectief van de bewoners kan dit enkel indien mensen zich kwetsbaar opstellen, indien ze kunnen beminnen en bemind worden. Stichter Jean Vanier: “De Ark wil een hoopvol teken zijn dat liefde mogelijk is, dat mensen niet gedoemd zijn tot strijd en oorlog, waarin de zwakken steeds moeten onderdoen voor de sterken.”

De Ark is ontstaan in een katholieke context en haar spiritualiteit steunt op bijbels-christelijke grondslag. De interreligieuze en oecumenische geest die in verschillende gemeenschappen heerst, verandert daar weinig aan. De Ark bouwt haar spiritualiteit op Jezus Christus.

In de ogen van de mensen van de Ark kiest Jezus niet alleen voor de armen. Hij wordt zelf de arme. De Ark probeert dan ook in iedere mens in nood Christus’ aanwezigheid te ontwaren. Samenleven met mensen met een mentale handicap wordt dan samenleven met Christus.

De Ark trekt dit identificatieproces ver door. Niet enkel mensen met een mentale handicap zijn zwak en hebben hulp nodig, iedere mens heeft zwakke kanten en kan hulp gebruiken.

Ijzerwerk en zeepjes

Volgens Jean Vanier zijn mensen met een mentale handicap ook gevoeliger voor Christus’ boodschap. Zij kennen God niet op intellectuele of abstracte wijze, maar voelen Hem op een affectieve wijze.

Een assistent vertelde dat Jean-Claude bijvoorbeeld de gave bezit om gevoelig te zijn voor God en in relatie te treden met Hem. Jean-Claude kan niet lezen, niet schrijven, zal nooit zelfstandig kunnen wonen. Maar wanneer hij met Jezus praat, vertelt Jean-Claude, is hij niet meer zo opvliegend.

Een dag in de Ark verschilt amper van een doordeweekse werkdag bij ons. Alleen is het ritme aangepast aan mensen met een mentale handicap. Om 8 uur ontbijten assistenten samen met de gasten. Daarna trekken de meesten naar een beschuttende werkplaats of het werkatelier. Naar voorkeur en mogelijkheden kunnen ze kiezen tussen groenbeheer, landbouw en ambachtelijke arbeid. In het plaatselijke winkeltje en op markten en beurzen in de buurt, verkoopt de Ark het werk van de mensen met een mentale handicap: keramiek, mozaïekjes, ijzerwerk, zeepjes.

Werken heeft in de Ark een centrale plaats, omdat het de waardigheid van de gehandicapte vergroot. Een brochure benadrukt hoe het werk bijdraagt tot de ontwikkeling van iedere mens: “Werk structureert het leven, vergroot het vertrouwen en verbindt hen met de wereld buiten de Ark.” Wie niet kan werken of de pensioenleeftijd heeft bereikt, brengt de dag door met therapie, kookt, legt een kaartje of speelt anderszins.

Na de maaltijd zet de gemeenschap een punt achter de dag in een eenvoudige dagsluiting in de woonkamer. Wie niet kan zingen klapt mee in de handen. Niemand vindt het erg dat het soms wat vals klinkt. Een gehandicapte kiest een tekening uit het gebedsboek van de Ark, waarna het boek wordt rondgegeven. Ieder mag vertellen wat hij of zij in de tekening ziet en wat dit oproept. Daarna is het even stil en beginnen mensen luidop te bidden. Het onzevader en het gebed van de Ark sluiten af. Tegelijk het signaal om aan slapen te denken.

Pascal Borry

 
 

 
 

Assistent, vrijwilliger worden.
Mijn missie, mijn vrienden, mijn vaardigheden.
Meer info...

Me engageren als donateur.
Mijn doelen, mijn steun, mijn huis.
Meer info...

 
Startpagina     |    Overzicht van de site     |    Redacteurs intranet     |    Inloggen
  Bijgewerkt op dinsdag 20 juli 2010